Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Rigsadvokaten(Denemarken) en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. I.R. Rigter, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Arabische taal.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Bevoegdheid van de uitvaardigende justitiële autoriteit
Rigsadvokaten(Denemarken).
Danish Director of Public Prosecutions(de Rigsadvokaten) heeft in een
certificationgedateerd 12 juni 2019 in dit verband het volgende meegedeeld:
Rigsadvokatenin Denemarken voldoet aan de eisen die door het HvJ worden gesteld aan de tot uitvaardiging van EAB’s bevoegde justitiële autoriteit. De officier van justitie heeft daartoe verwezen naar een e-mail van de
Rigsadvokatenvan 12 juli 2019 en de uitspraak van het HvJ van 27 mei 2019. Daarnaast blijkt uit de ter zitting overgelegde e-mail van de
Rigsadvokatendat de Deense wet ook voorziet in een beroepsmogelijkheid.
Rigsadvokatenvan 12 juli 2019 staat onder meer:
Rigsadvokatenverstrekte informatie stelt de rechtbank vast dat in Denemarken een in de wet vastgelegde bevoegdheid bestaat voor de minister van justitie om aanwijzingen te geven aan officieren van justitie, welke ook kan worden aangewend bij het uitvaardigen van EAB’s.
Rigsadvokatengegeven garantie voldoet naar het oordeel van de rechtbank om die reden niet aan de eisen die door het HvJ zijn gesteld. Hieruit volgt dat de
Rigsadvokatenniet kan worden beschouwd als een “uitvaardigende rechterlijke autoriteit” in de zin van artikel 6, lid 1, van Kaderbesluit zoals het HvJ vereist in zijn overwegingen in overwegingen 73 en 74.
5.Slotsom
niet-ontvankelijk zal moeten worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van dit EAB.