Op 31 maart 2019 heeft verdachte te Amsterdam een medewerker van de kliniek mishandeld door hem te slaan, te duwen waardoor deze viel, en bij de keel vast te pakken. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte deze handelingen met opzet heeft verricht, ondanks zijn stelling dat het om stoeien ging.
Psychiatrische rapportages van een psychiater en psycholoog concludeerden dat verdachte leed aan een bipolaire I stoornis en ernstige cannabisproblematiek, en zich ten tijde van het delict in een manische episode bevond. Hierdoor was hij ontoerekeningsvatbaar. De rapportages adviseerden opname in een forensisch psychiatrisch ziekenhuis voor intensieve behandeling en stabilisatie.
De rechtbank volgde dit advies, sprak verdachte vrij wegens ontoerekeningsvatbaarheid en legde een maatregel op tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar. De rechtbank overwoog dat zonder behandeling het recidiverisico hoog is en verdachte een gevaar vormt voor de veiligheid van anderen.