ECLI:NL:RBAMS:2019:6801
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Basisschool mag kind verwijderen vanwege verstoorde relatie met ouders
De zaak betreft het geschil over de verwijdering van een kind van een openbare basisschool vanwege het gedrag van zijn ouders. De school verwijderde het kind na meerdere incidenten waarbij met name de vader zich bedreigend gedroeg, wat leidde tot een ernstig verstoorde relatie tussen ouders en school. De voorzieningenrechter stelde vast dat het kind zelf geen problemen vertoonde.
Eerder werd het kind tijdelijk toegelaten om het schooljaar af te maken, maar het bestreden besluit handhaafde de verwijdering. De bezwaaradviescommissie adviseerde het kind niet te verwijderen, maar de school besloot anders en vond dat de situatie met de ouders onhoudbaar was, mede door gevoelens van onveiligheid bij het personeel.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de school voldoende had gemotiveerd waarom verwijdering noodzakelijk was en dat het belang van het kind weliswaar was meegewogen, maar niet doorslaggevend kon zijn. De school had ook voldoende inspanningen verricht om het kind op een andere school te plaatsen. Het beroep van de moeder werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verwijdering van het kind van de basisschool.