ECLI:NL:RBAMS:2019:6815
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatregel verlaging bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet
Eiseres kreeg op 29 juni 2018 een maatregel opgelegd door het College van Burgemeester en Wethouders van Ouder-Amstel, bestaande uit een verlaging van haar bijstandsuitkering met 100% voor twee maanden wegens het niet naleven van haar re-integratieverplichtingen onder de Participatiewet.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 1 februari 2019 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Amsterdam. Tijdens de zitting op 29 augustus 2019 was eiseres niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. De rechtbank deed direct uitspraak.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet had voldaan aan haar verplichtingen uit artikel 18, vierde lid en onder h, van de Participatiewet, mede omdat zij haar stellingen omtrent sollicitatieactiviteiten niet met bewijs ondersteunde en niet had betwist dat zij drie keer niet bij het Jobcenter was verschenen. Verweerder had op grond van de Afstemmingsverordening Ouder-Amstel 2015 terecht een maatregel opgelegd.
De rechtbank verwierp het verweer dat eiseres haar arbeidsverplichtingen niet had geschonden omdat zij haar werkzaamheden bij Actief Werkt zelf had beëindigd, omdat dit niet aan het besluit ten grondslag lag. Ook was er sprake van recidive, waardoor de maatregel voor twee maanden kon worden opgelegd. Er waren geen dringende omstandigheden om de maatregel te matigen of af te zien. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van verlaging van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.