ECLI:NL:RBAMS:2019:7046
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- J. Knol
- C.A. van Dijk
- M. Lambregts
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot uitstel voorwaardelijke invrijheidstelling wegens recidiverisico en weigering voorwaarden
Veroordeelde is bij onherroepelijk arrest veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan de detentie begon op 4 maart 2018. Op grond van artikel 15 Sr Pro kwam hij op 26 augustus 2019 in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.). De officier van justitie verzocht de rechtbank om de v.i. uit te stellen met 90 dagen omdat het recidiverisico onvoldoende wordt beperkt door het stellen van voorwaarden, mede doordat veroordeelde zich niet bereid heeft verklaard deze na te leven.
Reclassering Inforsa bracht op 27 juni 2019 een advies uit waarin werd gesteld dat het plan van aanpak niet uitvoerbaar is vanwege de agressieve en afwijzende houding van veroordeelde, zijn weigering tot medewerking aan bijzondere voorwaarden zoals opname in een woonvoorziening en ambulante behandeling, en het risico op huiselijk geweld bij terugkeer naar zijn vriendin. De deskundige R. Nuyens bevestigde dit advies ter terechtzitting.
De verdediging stelde dat veroordeelde een kans verdient en dat hij na december 2018 geen contact meer had met de reclassering, waardoor de weigering mogelijk berust op misverstanden. De rechtbank oordeelde echter dat de houding van veroordeelde ten aanzien van de bijzondere voorwaarden niet is veranderd en dat incidenten tijdens detentie de noodzaak van de voorwaarden ondersteunen.
Daarom besloot de rechtbank de vordering tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe te wijzen en deze uit te stellen voor 90 dagen.
Uitkomst: De rechtbank stelt de voorwaardelijke invrijheidstelling uit voor 90 dagen vanwege het hoge recidiverisico en de weigering van veroordeelde om bijzondere voorwaarden na te leven.