ECLI:NL:RBAMS:2019:7138
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een civiele procedure over schadevergoeding en kosten wegens een ten onrechte gelegd beslag. Het verzoek betrof een door eiser overgelegde urenstaat die volgens verzoeker deels gefabriceerd was en in strijd met artikel 21 Rv Pro buiten beschouwing zou moeten blijven.
De kantonrechter zou volgens verzoeker onwrikbaar vasthouden aan het standpunt dat deze urenstaten als basis voor onderhandelingen konden dienen, wat zou duiden op partijdigheid. De rechter ontkende dit en verwees naar het proces-verbaal waarin geen dergelijke uitspraken waren gedaan.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen feiten of omstandigheden waren die objectief een schijn van partijdigheid konden rechtvaardigen. De inhoudelijke beoordeling van de urenstaat behoort aan de rechter zelf toe. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet in de bestaande stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.