Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
2.De gronden van het verzoek
3.De ontvankelijkheid van het verzoek
niet op voorhandaanhouding zou worden verleend en dat de rechter daarover ter zitting zou beslissen.
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. J. Knol, politierechter te Amsterdam, omdat zijn verzoek om aanhouding van de strafzaak aanvankelijk niet zou zijn ingewilligd op basis van informatie van de officier van justitie. Verzoeker meende dat het dossier al aan hem was verstrekt en niet omvangrijk was, en dat de rechtbank zich niet aan haar eigen regels had gehouden, wat volgens hem de onafhankelijkheid van de rechter in twijfel trok.
De rechtbank constateert dat het verzoek om aanhouding op het moment van het wrakingsverzoek nog niet was afgewezen en dat de rechter op de zitting van 25 juni 2019 het verzoek om aanhouding heeft gehonoreerd. Hierdoor is de grond voor het wrakingsverzoek komen te vervallen.
De rechtbank oordeelt verder dat het niet tijdig verwerken van het wrakingsverzoek geen schijn van vooringenomenheid oplevert. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel en kan zich slechts richten tot de rechter die de zaak behandelt. De rechtbank verklaart het wrakingsverzoek daarom niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek, en tegen deze beslissing staat geen voorziening open. De uitspraak is gedaan door de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam op 8 augustus 2019.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de zaak inmiddels is aangehouden.