Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor compensatie op grond van de Tijdelijke regeling compensatie zelfstandigen die bevallen zijn tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008. De aanvraag is echter op 27 december 2018 ingediend, terwijl de regeling een uiterste aanvraagdatum van 1 oktober 2018 stelt. Verweerder heeft de aanvraag daarom afgewezen en het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres betoogt dat zij niet op de hoogte was van de uiterste aanvraagdatum en dat de regeling tot 1 januari 2021 van kracht is, maar de rechtbank oordeelt dat de dwingendrechtelijke termijn van 1 oktober 2018 duidelijk in de regeling en de toelichting is opgenomen. De regeling bepaalt expliciet dat aanvragen voor die datum moeten worden ingediend, ongeacht de latere vervaldatum van de regeling.
Verder stelt eiseres dat er sprake is van een procedurele fout omdat telefonisch contact over het bezwaar ontbrak, maar de rechtbank stelt vast dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het rechtvaardigt dat er geen hoorzitting is gehouden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om vergoeding van griffierecht en proceskosten af.