ECLI:NL:RBAMS:2019:7158
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden
De korpschef van politie trok de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden van verzoeker in vanwege een onherroepelijke veroordeling voor rijden onder invloed. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze intrekking en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang had bij de voorlopige voorziening omdat hij zijn inkomen verliest en vaste lasten heeft. Hoewel rijden onder invloed een ernstig misdrijf is, betreft het hier een eenmalig verkeersmisdrijf zonder verband met beveiligingswerkzaamheden. Verzoeker heeft een goede staat van dienst, bevestigd door getuigen, en toonde inzicht in zijn handelen.
Het belang van de korpschef bij onmiddellijke effectuering van de intrekking weegt niet zwaarder dan het belang van verzoeker om zijn inkomen te behouden gedurende de bezwaarprocedure. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, het besluit geschorst en de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de intrekking van de toestemming geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.