Uitspraak
[veroordeelde] ,
De inhoud van de vordering
De procesgang
- het vonnis van 31 maart 2017;
- een reclasseringsadvies van GGZ Reclassering Inforsa Amsterdam van 12 maart 2019.
Rechtbank Amsterdam
Veroordeelde was bij vonnis van 31 maart 2017 veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden waaronder ambulante behandeling en meldplicht bij de reclassering.
De officier van justitie verzocht de tenuitvoerlegging van de niet-uitgevoerde straf wegens niet-naleving van deze voorwaarden. Veroordeelde erkende het niet volledig nakomen van de voorwaarden, gaf aan bereid te zijn tot behandeling, maar had in de praktijk onvoldoende contact met behandelaars en toonde weinig ziekte-inzicht.
De rechtbank nam kennis van verklaringen van de reclasseringsmedewerker en behandelaar, die stelden dat veroordeelde hulp afwees en onvoldoende meewerkte. Gezien de problematiek achtte de rechtbank toezicht zonder behandeling niet effectief.
De rechtbank besloot de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf niet toe te passen, maar gelastte in plaats daarvan een taakstraf van 240 uur, met een vervangende hechtenis van 120 dagen bij niet-naleving. Deze maatregel biedt veroordeelde dagbesteding en voorkomt terugkeer in risicovolle omgevingen.
Uitkomst: De voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden is omgezet in een taakstraf van 240 uur met vervangende hechtenis van 120 dagen bij niet-naleving.