Uitspraak
[veroordeelde],
De inhoud van de vordering
De procesgang
- het vonnis van 17 mei 2017;
- een reclasseringsadvies van GGZ Fivoor Haarlem van 26 november 2018.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 juni 2019 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden die was opgelegd bij vonnis van 17 mei 2017. Veroordeelde had zich niet gehouden aan de bijzondere voorwaarden, waaronder meldingsplicht bij de reclassering en behandeling in een forensische instelling.
Tijdens de zitting gaf veroordeelde aan ernstige psychische problemen te hebben, waaronder een borderline persoonlijkheidsstoornis en een eetstoornis, die zijn medewerking aan behandeling bemoeilijkten. Hij erkende het niet nakomen van afspraken, maar gaf aan dat onmacht en onvrede over de begeleiding een rol speelden. Ook gaf hij aan bereid te zijn tot behandeling, vooral gericht op zijn eetstoornis.
De rechtbank nam kennis van het reclasseringsadvies waarin werd gesteld dat voortzetting van ambulant toezicht en behandeling niet haalbaar was. Gezien de psychische problematiek achtte de rechtbank detentie onwenselijk en concludeerde dat veroordeelde mogelijk onmachtig was om aan de voorwaarden te voldoen.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis af, verlengde de proeftijd met één jaar en liet de bijzondere voorwaarden vervallen. De algemene voorwaarden, waaronder het verbod om tijdens de proeftijd strafbare feiten te plegen, blijven van kracht.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis af en verlengt de proeftijd met één jaar waarbij de bijzondere voorwaarden komen te vervallen.