ECLI:NL:RBAMS:2019:7213
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen DNA-afname en opname in DNA-databank ongegrond verklaard voor minderjarige veroordeelde
Een minderjarige veroordeelde, destijds 14 jaar oud, diende bezwaar in tegen de afname van zijn DNA en opname daarvan in de DNA-databank. Hij was veroordeeld voor meerdere ernstige delicten, waaronder poging tot afpersing door meerdere personen op de openbare weg, waarvoor een forse taakstraf werd opgelegd.
De rechtbank heeft het bezwaar behandeld en overwogen dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden voorschrijft dat bij iedere veroordeelde celmateriaal wordt afgenomen, tenzij uitzonderingen zich voordoen. De Hoge Raad heeft bepaald dat deze uitzonderingen beperkt zijn en dat leeftijd geen generieke uitzondering vormt.
De rechtbank concludeerde dat de ernst van de gepleegde delicten en de opgelegde straf geen aanleiding geven tot een uitzondering. Bovendien kan DNA-onderzoek bijdragen aan de opsporing van soortgelijke delicten, ook al was het niet noodzakelijk voor de opheldering van de specifieke zaak van de veroordeelde.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen DNA-afname en opname in de DNA-databank is ongegrond verklaard.