De werknemer, sinds 1997 in dienst en sinds 2016 arbeidsongeschikt door een verkeersongeval, vorderde in kort geding dat Pantar het slapend dienstverband zou opzeggen met toekenning van een transitievergoeding van circa € 80.000. Hij stelde dat hij recht had op beëindiging met vergoeding omdat hij langer dan twee jaar arbeidsongeschikt is en binnenkort met pensioen gaat.
Pantar weigerde de opzegging en betaling, omdat onduidelijk is of en in hoeverre zij de transitievergoeding kan compenseren onder de Wet Compensatie Transitievergoeding. Ook wilde zij haar middelen inzetten voor haar maatschappelijke doel. De kantonrechter oordeelde dat een werkgever niet verplicht kan worden een dienstverband schadeplichtig op te zeggen enkel om de werknemer een transitievergoeding te laten ontvangen.
De kantonrechter overwoog dat het belang van Pantar bij het voortzetten van het dienstverband zwaarder weegt dan het belang van de werknemer bij een opzegging vlak voor pensioen. Ook is onvoldoende aannemelijk dat de werknemer inkomensschade lijdt. De vorderingen tot opzegging en voorschot op schadevergoeding werden afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.