Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] in Frankrijk, eiser (hierna te noemen: [eiser] ).
Procesverloop
Overwegingen
niet-ontvankelijk.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, een gepensioneerde woonachtig in het buitenland, diende beroep in tegen de gevolgen van de Zorgverzekeringswet (Zvw) voor in het buitenland verblijvende gepensioneerden. Het beroep werd eerst ingediend bij de rechtbank Noord-Holland, die het terecht doorzond naar de rechtbank Amsterdam vanwege nationale bevoegdheidsregels.
De rechtbank Amsterdam stelde vast dat het beroep niet was gericht tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) of een ander bestuursorgaan, maar tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Tegen uitspraken van de CRvB staat geen rechtsmiddel open, waardoor de rechtbank zich onbevoegd verklaarde.
Eiser had verzuimd het bestreden besluit te overleggen ondanks herhaalde verzoeken, waardoor het beroep ook niet-ontvankelijk kon worden verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat eiser schade had geleden.
De rechtbank kwam daardoor niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het beroep en legde geen griffierecht op. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en wijst het verzoek om schadevergoeding af.