Eiseres, van buitenlandse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven na aangifte van mensenhandel en seksuele uitbuiting in Nederland in 2012. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende objectieve informatie en tegenstrijdigheden in het relaas van eiseres, mede gebaseerd op onderzoek van telefoongegevens en medische informatie.
Eiseres voerde aan dat de medische verklaringen van gespecialiseerde behandelaars, gecombineerd met haar aangifte, voldoende objectief bewijs vormen van haar slachtofferschap. Tevens stelde zij dat verweerder een deskundig onderzoek had moeten instellen vanwege bewijsnood.
De rechtbank heropende het onderzoek en concludeerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de medische informatie niet doorslaggevend kon zijn en de contra-indicaties onvoldoende waren onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat de trauma's in het land van herkomst niet uitsluiten dat eiseres ook in Nederland slachtoffer is geworden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder zes weken om een nieuw besluit te nemen. Tevens wees zij proceskosten toe aan eiseres en verleende griffierechtvrijstelling wegens betalingsonmacht.