De minderjarige is onder voogdij gesteld van het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (LdH). Na opheffing van de voorlopige hechtenis op strafrechtelijke titel, verzocht het LdH om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp en aansluitend een machtiging voor verblijf in een gesloten instelling voor de duur van een jaar.
De kinderrechter behandelde de zaak met gesloten deuren. De spoedmachtiging van 19 september 2019 werd verleend voor twee weken, maar kwam te vervallen omdat de instemmende verklaring van een gedragswetenschapper niet tijdig werd ingediend. De minderjarige werd op 20 september 2019 vrijgelaten uit een instelling, waarna zijn verblijfplaats onbekend werd, vermoedelijk in het buitenland.
De kinderrechter constateert dat de communicatie tussen betrokken instanties tekortschiet, wat niet in het belang van de minderjarige is. De spoedmachtiging wordt gehandhaafd tot 3 oktober 2019, maar het verzoek tot een langere machtiging wordt afgewezen omdat de minderjarige niet aanwezig is. De beslissing benadrukt de verantwoordelijkheid van het LdH voor plaatsing en vervoer en wijst op het belang van duidelijke communicatie tussen partijen.