Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
advocaat mr. B.T. Craemer te Amsterdam.
1.De procedure
2.De feiten
- de door hen gelegde beslagen op te heffen;
volgde nog een reactie dat AvA door zou gaan?
Rechtbank Amsterdam
Eiseres vordert nakoming van een aanbiedingsplicht aandelen en toetreding tot een aandeelhoudersovereenkomst uit 2017, een verbod op concurrentie door gedaagde sub 1 en herinschrijving als bestuurder in het Handelsregister. Gedaagden betwisten de echtheid van de aandeelhoudersovereenkomst en stellen dat deze vervalst is.
De rechtbank stelt vast dat de handtekeningen op de aandeelhoudersovereenkomst stellig door gedaagden worden ontkend en dat eiseres onvoldoende bewijs levert van de echtheid. De Hoge Raad heeft bepaald dat een stellig ontkennen van een handtekening leidt tot het ontbreken van bewijskracht van een onderhandse akte. Verder blijkt uit e-mails en verklaringen dat partijen nooit een definitieve ondertekende overeenkomst hebben gehad.
De vordering tot concurrentieverbod faalt eveneens omdat eiseres niet aannemelijk maakt dat gedaagde sub 1 onrechtmatig concurreert. Het ontslag van eiseres als bestuurder door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders wordt niet vernietigd omdat het besluit tijdig is genomen en eiseres voldoende gelegenheid tot verweer heeft gehad.
De voorzieningenrechter wijst alle gevorderde voorzieningen af en veroordeelt eiseres in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van bewijs van echtheid bij onderhandse akten en de rechtsgeldigheid van besluiten binnen de statutaire kaders.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres worden afgewezen wegens gebrek aan bewijskracht van de aandeelhoudersovereenkomst en gegrond verweer van gedaagden.