Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 april 2019 waarbij een comparitie van partijen is bepaald,
- het proces-verbaal van comparitie van 13 juni 2019 met de daarin vermelde stukken,
- de brieven van 3 en 4 juli 2019 van mr. Leijssen en de heer [naam 1] namens Stierman met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal.