Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
- € 639,00 aan griffierecht en
- € 980,00 aan salaris advocaat,
- € 639,00 aan griffierecht en
- € 980,00 aan salaris advocaat,
Rechtbank Amsterdam
Eiser, voormalig huurder van bedrijfsruimten, is hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een aanzienlijke huurachterstand aan Stichting Laurier. Na het uitblijven van betaling en het vervallen van een betalingsregeling, heeft Stichting Laurier conservatoir beslag gelegd op de woning van eiser. ABN AMRO, als hypotheekhouder, heeft vervolgens het recht van parate executie overgenomen en de openbare verkoop van de woning aangekondigd.
Eiser verzocht de rechtbank om de executieverkoop te schorsen, stellende dat sprake zou zijn van misbruik van bevoegdheid en onevenredige belangenafweging. De voorzieningenrechter oordeelde dat ABN AMRO bevoegd is de executie over te nemen en dat er geen sprake is van misbruik. Verder is niet gebleken van een juridische of feitelijke misslag in het vonnis of van omstandigheden die een noodtoestand voor eiser veroorzaken.
De rechtbank benadrukte dat eiser de belangrijkste verplichting uit de vaststellingsovereenkomst, een betaling van €400.000, niet heeft nagekomen, waardoor de volledige vordering weer opeisbaar is. De belangenafweging leidt tot afwijzing van het verzoek van eiser. Hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank weigert het verzoek tot schorsing van de executieverkoop en bevestigt het recht van ABN AMRO tot executieovername.