ECLI:NL:RBAMS:2019:7658
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om maatschappelijke en crisisopvang voor Nigeriaans-Nederlands gezin
Een Nigeriaans-Nederlands gezin vroeg bij de gemeente Amsterdam om opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en crisisopvang. De gemeente wees deze aanvragen af omdat uit een GGD-screening bleek dat het gezin geen beperkte zelfredzaamheid vertoonde en zelfstandig hun huisvestingsprobleem kon oplossen.
Het gezin was halsoverkop vanuit Nigeria naar Nederland gekomen vanwege bedreigingen van schuldeisers, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente terecht het beleid hanteert dat opvang alleen wordt verleend aan personen die feitelijk of residentieel dakloos zijn en beperkt zelfredzaam op meerdere gebieden.
De tijdelijke crisisopvang werd beëindigd omdat het gezin voldoende tijd had gehad om een oplossing te zoeken. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, mede omdat het belang van het kind niet zwaarder woog dan de beleidsregels en het gezin niet voldeed aan de criteria voor opvang. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om maatschappelijke en crisisopvang af omdat het gezin niet beperkt zelfredzaam is en zelf verantwoordelijk wordt geacht voor huisvesting.