ECLI:NL:RBAMS:2019:7678
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens herhaald niet nakomen re-integratieverplichtingen met toekenning transitievergoeding
De werknemer was sinds 2007 in dienst en meldde zich in mei 2018 ziek tijdens haar zwangerschap. Na haar zwangerschapsverlof werd vastgesteld dat zij beperkte mogelijkheden had tot werkhervatting. De bedrijfsarts adviseerde passende werkzaamheden van 3 x 2 uur per week. De werknemer stopte echter met re-integratie en verscheen niet op het spreekuur, waarna de werkgever een loonstop instelde.
De werknemer stelde psychische klachten te hebben die haar belemmerden bij re-integratie en startte een GGZ-behandeling. De werkgever stelde dat de werknemer zonder geldige reden weigerde mee te werken aan re-integratie, wat leidde tot een verstoorde arbeidsverhouding. Het UWV bevestigde het advies van de bedrijfsarts en oordeelde dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever terecht het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst kon indienen wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. De transitievergoeding werd toegekend, maar de billijke vergoeding werd afgewezen. De loonstop was gerechtvaardigd, maar de werkgever moest het ziekengeld over de periode van 4 april tot 3 juni 2019 aan de werknemer betalen omdat zij dat rechtstreeks van het UWV had ontvangen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens niet nakomen re-integratieverplichtingen, met toekenning van transitievergoeding en betaling van ziekengeld door werkgever.