De rechtbank Amsterdam behandelde op 14 oktober 2019 de vordering van de officier van justitie tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) van veroordeelde, die een gevangenisstraf van 30 maanden uitzit. De VI stond gepland op 20 oktober 2019 met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht bij reclassering, ambulante behandeling, locatieverbod en locatiegebod met elektronische controle.
Tijdens de detentie vertoonde veroordeelde meerdere malen wangedrag, waaronder verbaal en fysiek geweld en drugsgebruik, wat leidde tot disciplinaire straffen. Ondanks een agressieprobleem werd geen behandeling in de PI gestart. De reclassering adviseerde een agressiebehandeling bij De Waag en het opleggen van gebiedsverbod en -gebod.
Ter zitting gaf veroordeelde aan akkoord te gaan met de bijzondere voorwaarden, waaronder het locatiegebod. De officier van justitie wijzigde haar standpunt en verzocht de vordering af te wijzen. De rechtbank oordeelde dat hoewel eerdere gedragsproblemen een grond voor uitstel konden vormen, de recente gedragsverbetering en instemming met voorwaarden zwaarder wegen. Uitstel zou vooral bestraffing betekenen en de motivatie tot gedragsverandering schaden.
De rechtbank besloot de vordering tot uitstel van de VI af te wijzen, zodat veroordeelde snel kan starten met de behandeling en re-integratie. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.