Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van [naam] , vergezeld door [naam] (taxateur).
Rechtbank Amsterdam
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam stelde de WOZ-waarde van de woning van eiser voor 2018 vast op €185.000 en wees het bezwaar van eiser hiertegen af. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing. De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak op 21 oktober 2019 en deed mondeling uitspraak.
De rechtbank benadrukte dat de WOZ-waarde de waarde in het economische verkeer betreft, gebaseerd op de overdrachtsfictie zoals bepaald in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ. Dit houdt in dat lidmaatschapsrecht niet meegenomen mag worden in de waardebepaling, ook al gold dit recht bij de woning van eiser op 1 januari 2017.
De rechtbank oordeelde dat de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar waren en dat verschillen in onderhoud, kwaliteit en vve-reserves tussen de woning van eiser en de vergelijkingsobjecten elkaar min of meer compenseerden, zodat geen correcties nodig waren. Ook de aankoopprijs van de woning door eiser, bijna een jaar voor de waardepeildatum, ondersteunde de vastgestelde WOZ-waarde.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiser ongegrond en bevestigde de WOZ-waarde van €185.000. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €185.000 wordt bevestigd.