Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak
4.Beslissing
spreekt verdachte daarvan vrij.
Rechtbank Amsterdam
Op 15 oktober 2017 vond een incident plaats waarbij drie broers, waaronder de verdachte, betrokken waren bij een confrontatie met de vermeende minnaar van hun moeder. De officier van justitie beschuldigde hen van openlijke geweldpleging, waaronder slaan met een ijzeren buis, duwen, trappen, schoppen en wurgen.
Tijdens de terechtzitting op 11 oktober 2019 heeft de rechtbank alle verklaringen en het dossier zorgvuldig bestudeerd. Hoewel vaststaat dat de broers de aangever hebben belaagd en dat deze letsel heeft opgelopen, is het niet met voldoende zekerheid vast te stellen wie welk strafbaar gedrag heeft verricht en of het geheel kwalificeert als openlijke geweldpleging.
De uiteenlopende verklaringen en het ontbreken van concreet bewijs over de individuele gedragingen van de verdachten leiden tot de conclusie dat het ten laste gelegde niet bewezen kan worden. Daarom spreekt de rechtbank de verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van openlijke geweldpleging.