Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2019:8023

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 oktober 2019
Publicatiedatum
28 oktober 2019
Zaaknummer
13/751770-19
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overlevering naar Duitsland toegestaan op grond van Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam heeft op 24 oktober 2019 uitspraak gedaan in een rekestprocedure ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW) betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kantongerecht Bremen (Duitsland). De opgeëiste persoon, een Letse staatsburger, werd verdacht van georganiseerde en gewapende diefstal en afpersing volgens Duits recht.

Tijdens de openbare zitting van 10 oktober 2019 werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en bevestigde hij zijn nationaliteit. De rechtbank verlengde de beslistermijn met dertig dagen om de zaak zorgvuldig te kunnen beoordelen. Het EAB voldeed aan de formele eisen van de OLW en betrof een feit dat voorkomt op bijlage 1 van de OLW, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kon blijven.

De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig waren en dat het verzoek tot overlevering toewijsbaar was. De overlevering werd toegestaan, waarbij de uitspraak onherroepelijk is en geen gewoon rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751770-19
RK nummer: 19/5164
Datum uitspraak: 24 oktober 2019
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 3 september 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 27 juni 2019 door het Kantongerecht Bremen (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Letland) op [geboortedag] 1982,
wonende op het adres: [adres] ,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 oktober 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft.
De opgeëiste persoon is bijgestaan door mr. G.F. Schadd, die waarneemt voor
mr. K.M.S. Bal, advocaat te Arnhem en door een tolk in de Letse taal. De raadsman heeft zich ter zitting gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Letse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel afgegeven op 13 juni 2019 door het Kantongerecht Bremen, dossiernummer: 92b Gs 468/19 (140 Js 22494/19).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18 en 21, te weten:
georganiseerde en gewapende diefstal;
racketeering en afpersing.
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het Kantongerecht Bremen (Duitsland).
Aldus gedaan door
mr. C.A. van Dijk, voorzitter,
mrs. N.M. van Waterschoot en V.V. Essenburg, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. Smit, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 24 oktober 2019.
De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.