Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 november 2019 in de zaak tussen
[persoon] , namens zijn minderjarige zoon
Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De procedure in beroep
Beoordeling door de rechtbank van het beroep tegen het bestreden besluit I
blijvend24-uurs zorg nodig is.
Het CIZ heeft over de ingangsdatum nog aanvullend medisch advies gevraagd. [functie] [naam] schrijft in het advies van 3 oktober 2019 dat het CIZ vóór het advies van 5 februari 2019 alleen beschikte over gegevens van het [naam] -III ontwikkelingsonderzoek in 2017, waarin vermeld werd dat sprake was van een ontwikkelingsachterstand, maar ook dat er een groei van 10 maanden werd gerapporteerd in de voorafgaande periode. Niet ter discussie stond toen dat [eiser] aangewezen was op 24-uurs zorg in de nabijheid op basis van de multipele gezondheidsproblematiek, maar niet kon met zekerheid gesteld worden dat [eiser] levenslang was aangewezen op deze 24-uurs zorg in de nabijheid. Op basis van die informatie kon niet worden vastgesteld dat verdere groei in ontwikkeling afwezig was. Ook kon niet worden vastgesteld dat [eiser] voldeed aan de criteria van een meervoudige handicap, als bedoeld in de beleidsregels Wlz. Het ZINL kwam in februari 2018, op basis van de toen beschikbare gegevens, tot dezelfde conclusie als het CIZ.
In februari 2019 had de [functie] de beschikking over geobjectiveerde gegevens over het intelligentieonderzoek (SON-R) van november 2018. Toen was het mogelijk om vast te stellen dat er, in vergelijking met in 2017 geobjectiveerde gegevens over de ontwikkeling van [eiser] , sprake is van zodanig minimale groei in de cognitieve ontwikkeling, bij een IQ lager dan 75, dat de grondslag verstandelijke handicap, volgens de beleidsregels Wlz toegekend kon worden en met zekerheid vastgesteld kon worden dat de actuele intensieve verzorgingsbehoefte op basis hiervan levenslang van aard was. Ten aanzien van de spraaktaalontwikkeling kon toen ook vastgesteld worden, dat de communicatieve beperking niet op zichzelf staat. De verstandelijke handicap in samenspraak met de beperkte spraaktaal capaciteiten van [eiser] , maken dat hij levenslang ernstige regieproblemen heeft, inadequaat ziektebesef en inzicht heeft en niet adequaat om hulp kan vragen op relevante momenten.
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit II gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de ingangsdatum van de indicatie is vastgesteld op 1 februari 2019;
- bepaalt dat de ingangsdatum van de indicatie 22 november 2018 is;
- draagt het CIZ op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiser te vergoeden.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 november 2019.