ECLI:NL:RBAMS:2019:8234
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken belanghebbende bij tijdelijke omgevingsvergunning
De stichting maakte bezwaar tegen de verlening van een tijdelijke omgevingsvergunning voor een evenement in een recreatiegebied. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de stichting niet als belanghebbende kon worden aangemerkt. De rechtbank moest beoordelen of de stichting voldoende feitelijke werkzaamheden had verricht ter behartiging van haar doelstelling voorafgaand aan het bezwaar.
De stichting had een lijst van activiteiten overlegd, waaronder deelname aan overleggen, inspraak bij overheden en het bijhouden van een website. Echter, deze werkzaamheden waren onvoldoende in verhouding tot het grote aantal bestuursrechtelijke procedures dat de stichting voerde. Volgens vaste rechtspraak zijn louter juridische handelingen zoals bezwaar maken en informeren via websites geen feitelijke werkzaamheden.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de stichting niet rechtstreeks bij de tijdelijke omgevingsvergunning was betrokken en dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk had verklaard. Het beroep van de stichting werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van de stichting tegen de tijdelijke omgevingsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang.