Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres was werkzaam als [functie] en meldde zich ziek per 5 juni 2017. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe vanaf 31 augustus 2017. Na een eerstejaars beoordeling oordeelde het UWV dat eiseres meer dan 65% van haar loon kon verdienen en beëindigde de uitkering per 13 juli 2018. Eiseres maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank onderzocht of het UWV terecht oordeelde dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden hun rapporten zorgvuldig en begrijpelijk gemotiveerd, rekening houdend met knie- en psychische klachten. Eiseres overhandigde medische stukken die een toename van psychische klachten suggereerden, maar deze waren niet medisch objectiveerbaar op de datum van beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat eiseres in staat was de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies uit te voeren. Ook werd geoordeeld dat het dossieronderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zonder aanwezigheid bij de hoorzitting niet onzorgvuldig was. De vermeende overschrijding van de beslistermijn had geen gevolgen omdat het UWV alsnog binnen de gestelde termijn besliste.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank oordeelde tevens dat er geen overschrijding was van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot beëindiging van haar Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.