ECLI:NL:RBAMS:2019:8710
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vervoerskostenvergoeding op grond van Wmo wegens adequaat alternatief
Eiser, die lijdt aan een chronische infectie en psychiatrische stoornissen, vroeg de gemeente Amsterdam om een vervoerskostenvergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor het gebruik van zijn auto. De gemeente wees de aanvraag af op basis van een medisch advies van het Indicatie Adviesbureau (IAB), dat concludeerde dat aanvullend openbaar vervoer (AOV) een passend alternatief is.
De rechtbank oordeelde dat het advies van het IAB zorgvuldig en goed onderbouwd was. Het IAB betrok medische informatie van behandelaars en concludeerde dat eiser collectief vervoerd kan worden, ondanks zijn angst- en dwangmatige trekken. Eiser had geen tegenbewijs geleverd dat het advies zou weerleggen.
De rechtbank stelde vast dat de vervoerskostenvergoeding niet de goedkoopst adequate voorziening is en dat het AOV een passend alternatief biedt. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werden de proceskosten niet aan eiser vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige medische beoordeling en het wegen van alternatieve voorzieningen binnen de Wmo-regelgeving.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de vervoerskostenvergoeding omdat aanvullend openbaar vervoer een adequaat en goedkoper alternatief is.