ECLI:NL:RBAMS:2019:8717
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij auto- en woninginbraak
Op 26 juni 2019 vond een diefstal plaats uit de auto en woning van twee slachtoffers in Amsterdam. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met een medeverdachte deze feiten te hebben gepleegd. De herkenning van verdachte op camerabeelden was een belangrijk bewijsstuk, vooral door een verbalisant die verdachte kende uit eerdere politiecontacten.
De officier van justitie baseerde zich op deze herkenning en de vondst van vijf antennes bij verdachte, die mogelijk gebruikt konden worden als jammers om elektronische autosloten uit te schakelen. De verdediging voerde aan dat de herkenningen onvoldoende betrouwbaar waren, dat de antennes ook andere functies konden hebben en dat er geen forensisch bewijs was.
De rechtbank oordeelde dat de herkenning door de verbalisant die verdachte kende weliswaar een aanwijzing was, maar onvoldoende om bewezen te achten dat verdachte de dader was. De antennes konden niet bijdragen aan het bewijs omdat ze pas later werden gevonden en er geen jammers waren aangetroffen. Er was geen ander bewijs dat verdachte met de feiten in verband bracht.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide ten laste gelegde feiten en verklaarde de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk. Tevens werd de teruggave van de inbeslaggenomen antennes aan verdachte gelast.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij de diefstal uit auto en woninginbraak.