Eiseres had op 13 februari 2019 een gesprek met een screeningsmedewerker van de gemeente Amsterdam over een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning. Tijdens dit gesprek kreeg zij te horen dat zij niet in aanmerking kwam voor een urgentieverklaring, maar zij diende geen formele aanvraag in.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze mondelinge mededeling, maar de gemeente verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat er geen besluit was genomen. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat de mededeling van de screeningsmedewerker geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, omdat het niet schriftelijk is en geen rechtsgevolg heeft.
De rechtbank benadrukt dat het voorlichtingsgesprek geen belemmering mag vormen voor het indienen van een aanvraag. Eiseres kan alsnog een aanvraag indienen en een schriftelijk besluit ontvangen, waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank plaatst een kritische kanttekening bij de werkwijze van de gemeente, die burgers niet mag beletten een aanvraag in te dienen op basis van een negatief advies tijdens een voorlichtingsgesprek.