ECLI:NL:RBAMS:2019:8950
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen kapvergunning voor zes bomen in Amsterdam
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeente Amsterdam om een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van zes bomen ten behoeve van de bouw van een parkeergarage onder de Singelgracht in Amsterdam. De vergunning was reeds onherroepelijk vastgesteld na eerdere rechtsgang.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de bezwaren tegen de komst en locatie van de parkeergarage niet meer aan de orde zijn, omdat deze al in rechte vaststaan. Het geschil richt zich op het kappen van de bomen, met name boom nummer 96, die volgens deskundigen een beperkte levensverwachting heeft en gebreken vertoont.
De belangenafweging door de gemeente, waarbij het belang van de vergunninghouder bij de bouw van de garage zwaarder is gewogen dan het belang van verzoekster bij het behoud van de bomen, wordt door de voorzieningenrechter als redelijk beoordeeld. De herplantplicht en verbetering van de openbare ruimte wegen mee in deze afweging.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de kapvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.