Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 november 2019 in de zaak tussen
[Vereniging] , gevestigd te Amsterdam, verzoekster
de besloten vennootschap Vermilion Oil & Gas Netherlands, te Harlingen
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een verzoek van een vereniging om een voorlopige voorziening tegen een besluit van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) waarin een handhavingsverzoek werd afgewezen. Het handhavingsverzoek betrof het stilleggen van proefboringen door Vermilion Oil & Gas Netherlands vanwege vermeende vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb).
De vergunning voor de proefboring was verleend door de minister van Economische Zaken en Klimaat. De vereniging stelde dat de activiteiten zonder de vereiste vergunning op grond van artikel 2.7 Wnb werden uitgevoerd en dat een passende beoordeling ontbrak. De RvO wees het handhavingsverzoek af omdat na technische aanpassingen de stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied volgens de nieuwe AERIUS Calculator 0,00 mol/ha/j bedroeg, waardoor geen vergunningplicht bestond.
De voorzieningenrechter overwoog dat de werkzaamheden bijna waren afgerond en dat de vereniging onvoldoende onderbouwing gaf voor haar stelling dat de berekeningen onjuist waren. Er was geen aanleiding om te veronderstellen dat het project significante negatieve effecten zou hebben op het Natura 2000-gebied. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen vergunningplicht op grond van artikel 2.7 Wnb is gebleken.