ECLI:NL:RBAMS:2019:9122

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 november 2019
Publicatiedatum
9 december 2019
Zaaknummer
13/994031-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 68 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onjuiste tenlastelegging in pluimveezaak

De rechtbank Amsterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte wegens het vermeende overtreden van het pluimveerecht door het houden van meer leghennen dan toegestaan in 2016 op het bedrijf van verdachte.

Tijdens de terechtzitting bleek dat de tenlastelegging onjuist was opgesteld; de gegevens waren per abuis overgenomen uit een andere strafzaak die niet op verdachte van toepassing was. De officier van justitie verzocht om wijziging van de tenlastelegging om deze in overeenstemming te brengen met het feit dat het Openbaar Ministerie verdachte daadwerkelijk verwijt.

De rechtbank wees dit verzoek af omdat de wijziging zou leiden tot een andere tenlastelegging die niet meer hetzelfde feit betrof, wat strijdig is met artikel 68 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Vervolgens oordeelde de rechtbank dat het tenlastegelegde feit niet bewezen kon worden en sprak verdachte vrij.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige economische kamer van de rechtbank Amsterdam op 26 november 2019. De voorzitter en twee rechters waren bij de uitspraak aanwezig, waarbij één rechter niet in staat was het vonnis te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het niet bewezen zijn van het tenlastegelegde feit.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS
Parketnummer: 13/994031-19
Datum uitspraak: 26 november 2019
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische kamer, in de strafzaak tegen
[verdachte],
gevestigd op het adres [vestigingsadres] , [vestigingsplaats] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 november 2019.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. N. Huisman, en van wat verdachte naar voren heeft gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij in de periode van 01 januari 2016 tot en met 31 december 2016 te Woudenberg, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, op haar bedrijf met relatie-nummer [nummer] al dan niet opzettelijk, gemiddeld gedurende het kalenderjaar 2016 een groter aantal leghennen, te weten 22.919 pluimvee-eenheden heeft gehouden, dan het op het bedrijf rustende pluimveerecht, te weten 3.400 pluimvee-eenheden.
Toelichting op de tenlastelegging
De officier van justitie heeft ter zitting toegelicht dat bij het opstellen van de tenlastelegging een fout is gemaakt en dat de gegevens van de verdenking verkeerd zijn overgenomen uit een andere strafzaak die geen betrekking heeft op verdachte.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de tenlastelegging gewijzigd wordt, waardoor de tenlastelegging in overeenstemming zou komen met het verwijt dat het Openbaar Ministerie verdachte maakt.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie afgewezen, omdat de tenlastelegging na wijziging niet langer betrekking heeft op hetzelfde feit in de zin van artikel 68 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

3.Vrijspraak

De rechtbank acht, net als de officier van justitie, het tenlastegelegde niet bewezen. Het dossier bevat geen bewijs dat verdachte het feit zoals dat op de (ongewijzigde) tenlastelegging is weergegeven, heeft begaan. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken.

4.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. F.W. Pieters, voorzitter,
mrs. G.H. Marcus en R.K. Pijpers, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C. Wolswinkel, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 november 2019.
Mr. Pijpers is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.