Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
B-Smart Fundering B.V.
1. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid
2. Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Bouw & Infra
3. Stichting Aanvullingsfonds Bouw & Infra
4. Stichting Technisch Bureau voor de Bouwnijverheid,
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- antwoord/eis in reconventie, met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie;
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
B-smart invented B.V.
I
I
B-smart fundering B.V. - B-smart materieel B.V. - B-smart uitvoering B.V.
“
artikel 1: definities Pro(…) 3. onder ‘werkgever’ wordt verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon die in Nederland door één of meer werknemers arbeid doet verrichten als bedoeld in artikel 2 (…)6.a. onder ‘werknemer’ wordt verstaan hij/zij die bij een werkgever als bedoeld onder lid 3 (…) van dit artikel in Nederland werkzaam is:i. ingevolge een arbeidsovereenkomst in de zin van de artikelen 7:610 BW, 7:610a BW en 7:610 b BW, ofii. ingevolge een overeenkomst tot aanneming van werk, tenzij hij/zij zelf een ondernemer is, ofiii. als hulp van de aannemer van werk als onder ii. bedoeld. (..)artikel 2 werkingssfeer Pro1. bouwbedrijvenDe bepalingen van deze cao zijn van toepassing op ondernemingen, op werkgevers en werknemers, waarvan het bedrijf is gericht op productie (respectievelijk dienstverlening) voor of aan derden op het gebied van:a. het geheel of gedeeltelijk uitvoeren van bouwwerken c.q. bouwactiviteiten;b. het op de bouwplaats uitvoeren van onderdelen van bouwwerken; het elders vervaardigen van deze onderdelen wordt hiermee gelijkgesteld, indien de onderneming die de onderdelen vervaardigt tevens zorgdraagt voor de verwerking daarvan in het bouwwerk;c. het uitvoeren van verbouwingen en/of onderhoudswerk aan (onderdelen van) bouwwerken;d. het verlenen van diensten op bouwplaatsen;e. elders dan op de bouwplaats verrichte werkzaamheden ter voorbereiding van de bouw, indien zij worden verricht door de onderneming die het bouwwerk op de bouwplaats tot stand brengt; (…)”
“
A.1. werknemers die werkzaam zijn in ondernemingen,(…) als hierna omschreven (..)2. De onder 1 bedoelde ondernemingen zijn:a. de ondernemingen op het gebied van het bouw- en infrabedrijf.Hieronder wordt verstaan de ondernemingen waarvan het bedrijf is gericht op productie (respectievelijk dienstverlening) voor of aan derden op het gebied van:”In de daaropvolgende opsomming staan dezelfde definities als in artikel 2.1. van de AVV cao Bouw & Infra onder b. tot en met e.
Vorderingen in conventie en in reconventie
a) te verklaren voor recht dat B-Smart fundering vanaf 1 januari 2019 onder de werkingssfeer van de sector Bouw & Infra valt, in het bijzonder van de verplichtstelling van BPF Bouw, de algemeen verbindend verklaarde cao BTER en per 27 februari 2019 van de algemeen verbindend verklaarde cao Bouw & Infra;
b) B-Smart fundering te veroordelen om binnen twee weken na betekening van het vonnis aan APG elektronisch de loon- en premiegegevens aan te leveren van al haar werknemers over de loonperioden vanaf 1 januari 2019, op straffe van verbeurte van een dwangsom en voorts de hieruit volgende (vervangende) premienota’s te voldoen, alsmede de kosten die door het uitblijven van tijdige gegevensaanlevering verschuldigd zijn,
c) veroordeling van B-smart fundering in conventie en in reconventie in de proceskosten.
Beoordeling
“het op de bouwplaats uitvoeren van onderdelen van bouwwerken” toe te voegen: “ het elders vervaardigen van deze onderdelen wordt hiermee gelijkgesteld,
indien de onderneming die de onderdelen vervaardigt deze tevens in het bouwwerk verwerkt.”
tot stand brengt.” In artikel 2.1.e. gaat het dus ook om activiteiten buiten de bouwplaats met een aanvullende voorwaarde. Daarin wordt echter juist niet gesproken over het “zorgdragen voor” maar over het actieve “tot stand brengen”, dat fysieke betrokkenheid op de bouwplaats impliceert. Met andere woorden: de werkingssfeerbepaling vermeldt in alle overige gevallen de fysieke activiteit van een onderneming als voorwaarde om daaronder te vallen. Het gebruik van het begrip “zorgdragen voor” staat alleen in artikel 2.1.b. en wijkt daarmee af van de overige bepalingen. Daaruit volgt een ruimere betekenis.