ECLI:NL:RBAMS:2019:9463
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor visserij-overtredingen zonder oplegging straf of maatregel
Op 6 december 2019 heeft de economische politierechter van de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een visserijzaak tegen verdachte. Verdachte werd beschuldigd van het hinderen van toezichthouders bij controle aan boord van een vissersvaartuig en het gebruik van illegale binnenkuilen in sleepnetten op de Noordzee.
De rechter achtte bewezen dat verdachte opzettelijk handelde in strijd met artikel 16 van Pro Verordening (EG) nr. 850/98 door het gebruik van netten met kleinere maaswijdte dan toegestaan. Tevens werd vastgesteld dat verdachte niet opzettelijk, maar wel door het verhogen van de vaart, toezichthouders hinderde bij het aan boord gaan, in strijd met artikel 75, eerste lid van Verordening (EG) nr. 1224/2009.
Hoewel de feiten ernstig waren en strafbaar, hield de rechter rekening met de grote financiële gevolgen voor verdachte, waaronder inbeslagname en verkoop van de vangst, een visvergunning-schorsting van twee maanden en een geschatte schade van ruim €317.000. Ook was sprake van een overschrijding van de redelijke termijn. Daarom werd verdachte schuldig verklaard, maar werd geen straf of maatregel opgelegd.
De uitspraak benadrukt het belang van visserijregelgeving ter bescherming van de visstand en eerlijke concurrentie, maar toont ook de proportionaliteit in de strafrechtelijke afdoening bij zware financiële consequenties voor de verdachte.
Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard voor visserij-overtredingen, maar geen straf of maatregel opgelegd vanwege ernstige financiële gevolgen en termijnoverschrijding.