ECLI:NL:RBAMS:2019:9747
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vrijwillige AOW-verzekering wegens te late aanvraag
Eiser werkte vanaf 3 oktober 2017 in Thailand, waardoor zijn verplichte AOW-verzekering eindigde. Op 15 februari 2019 vroeg hij toelating tot vrijwillige AOW-verzekering aan, maar de Sociale Verzekeringsbank (SVB) wees dit af wegens te late aanvraag. Volgens artikel 36 AOW Pro moet een aanvraag binnen een jaar na beëindiging van de verplichte verzekering worden ingediend, hier uiterlijk 3 oktober 2018.
Eiser stelde dat hij eerder, op 12 augustus en 2 oktober 2018, digitaal een aanvraag had ingediend, maar dat deze door systeemfouten niet bij de SVB waren aangekomen. Hij ondersteunde dit met zijn DigiD-gebruikersgeschiedenis. De rechtbank oordeelde dat enkel inloggen onvoldoende bewijs is voor tijdige verzending en dat de risico’s van elektronische verzending voor rekening van de aanvrager zijn.
De rechtbank concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden die de te late indiening verschoonbaar maken. Daarom handhaafde zij de afwijzing van de SVB en verklaarde het beroep ongegrond. Het door eiser betaalde griffierecht hoeft niet te worden vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige aanvraag van vrijwillige AOW-verzekering zonder verschoonbare omstandigheden.