ECLI:NL:RBAMS:2019:9786
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens afpersing van 620 euro
De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 december 2019 de ontnemingsvordering van de officier van justitie tegen de veroordeelde, die in een onderliggende strafzaak was veroordeeld voor afpersing. De vordering betrof het vaststellen en ontnemen van het wederrechtelijk verkregen voordeel, vastgesteld op 620 euro.
Tijdens de terechtzitting van 5 december 2019 heeft de rechtbank kennisgenomen van de argumenten van zowel de officier van justitie als de verdediging. De verdediging voerde aan dat de ontnemingsvordering moest worden afgewezen omdat de veroordeelde vrijgesproken zou moeten worden in de onderliggende strafzaak.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis van 19 december 2019 waarin de veroordeelde werd veroordeeld voor afpersing. Uit dit vonnis volgt dat de veroordeelde het slachtoffer heeft gedwongen tot afgifte van 620 euro. De rechtbank stelde vast dat dit bedrag het wederrechtelijk verkregen voordeel vormt en legde de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat op.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van 620 euro aan de Staat als wederrechtelijk verkregen voordeel.