Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
3.Identiteit van de opgeëiste persoon
De opgeëiste persoon heeft ter zitting bevestigd dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 december 2019 de vordering van de officier van justitie tot overlevering van een persoon op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse rechtbank van eerste aanleg Kleve. De zaak betrof vermeende fraude met vakantiewoningen in Oostenrijk en Frankrijk.
Tijdens de procedure werd het onderzoek geschorst om de opgeëiste persoon de gelegenheid te geven het EAB te laten intrekken. Hoewel aanvankelijk het EAB niet werd ingetrokken, kwam op 29 november 2019 bericht binnen dat het EAB door de Duitse justitiële autoriteit was ingetrokken. De rechtbank heropende daarop het onderzoek en deed direct uitspraak.
De rechtbank stelde vast dat de intrekking van het EAB leidt tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vordering tot overlevering. Vervolgens werd de geschorste overleveringsdetentie opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De officier van justitie is niet ontvankelijk verklaard in de vordering tot overlevering na intrekking van het Europees aanhoudingsbevel.