Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een klaagschrift ex artikel 164 lid 8 Wegenverkeerswet Pro 1994 van een bestuurder wiens rijbewijs was ingevorderd na een ademtest met 745 µg/l alcohol, ruim boven de toegestane limiet. Klager betoogde dat hij zijn rijbewijs dringend nodig had voor zijn werk als studio-assistent en voor hulp aan zijn moeder, en dat hij niet eerder met justitie in aanraking was geweest.
De officier van justitie verzette zich tegen teruggave vanwege de forse overschrijding en het belang van verkeersveiligheid. De rechtbank oordeelde dat de inhouding rechtmatig was, maar gelet op de persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van eerdere veroordelingen, is het onwaarschijnlijk dat een onvoorwaardelijke ontzegging van zeven maanden zal worden opgelegd.
De strafzaak zou op 3 maart 2020 inhoudelijk worden behandeld. De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond en gelastte de teruggave van het rijbewijs. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en het rijbewijs wordt aan klager teruggegeven.