Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een klaagschrift ex artikel 552a Sv van een klager die de teruggave van zijn in beslag genomen Slowaakse verblijfsdocument vorderde. Het document was op 26 juli 2019 in beslag genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek.
De rechtbank hield op 8 november 2019 en 29 januari 2020 raadkamerzittingen, waarbij de raadsman van klager en de officier van justitie werden gehoord. Klager was geldig opgeroepen maar verscheen niet. De raadsman voerde aan dat het document geldig en echt was en dat teruggave gerechtvaardigd was, terwijl het OM stelde dat het document mogelijk onder valse voorwendselen was verkregen en het onderzoek nog niet was afgerond.
De rechtbank oordeelde dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vereist, omdat het document nodig is om de waarheid aan het licht te brengen en het onderzoek nog loopt. Daarom werd het klaagschrift ongegrond verklaard en het beslag gehandhaafd.
Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het beslag op het verblijfsdocument wordt gehandhaafd.