ECLI:NL:RBAMS:2020:1049
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij handel in verdovende middelen
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het verkopen, afleveren, vervoeren en aanwezig hebben van grote hoeveelheden verdovende middelen, waaronder MDMA en cocaïne, in augustus 2019.
De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de verdovende middelen. De verdediging stelde eveneens dat verdachte niet als medepleger of medeplichtige kon worden aangemerkt op basis van het dossier.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het tenlastegelegde en sprak verdachte vrij. Hiermee werd bevestigd dat de wetenschap en betrokkenheid niet konden worden bewezen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 18 februari 2020, waarbij verdachte werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij handel in verdovende middelen.