ECLI:NL:RBAMS:2020:1078

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 februari 2020
Publicatiedatum
20 februari 2020
Zaaknummer
AMS 19/2564
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond op naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens te laat omzetten bezoekersvergunning

Op 14 maart 2019 legde de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan eiseres. Na een bezwaarprocedure verklaarde de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde beroep in tegen deze beslissing. Op 14 februari 2020 vond de mondelinge behandeling plaats waarbij eiseres en de vertegenwoordiger van de heffingsambtenaar aanwezig waren.

De rechtbank overwoog dat parkeerbelasting een objectieve belasting is, waarbij wordt gekeken naar de feitelijke situatie van het parkeren en het al dan niet betalen van de verschuldigde belasting of het bezitten van een geldige parkeervergunning. Vast stond dat de auto op 11 maart 2019 op een plek stond waar parkeerbelasting verschuldigd was en dat eiseres geen parkeergeld had betaald noch een geldige vergunning had op dat moment.

Hoewel eiseres direct na thuiskomst probeerde de bezoekersvergunning op het kenteken van de leenauto te zetten, was deze pas vanaf 17:24 uur geldig, terwijl de auto al rond 16:30 uur geparkeerd stond. De constatering door de scanauto vond om 17:00 uur plaats, toen de vergunning nog niet geldig was. De rechtbank oordeelde dat het tijdsverloop te lang was en dat er geen coulance kon worden toegepast. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard vanwege het te late omzetten van de bezoekersvergunning.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 19/2564
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 februari 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te Amsterdam, eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Op 14 maart 2019 heeft de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag parkeerbelasting (de naheffingsaanslag) opgelegd. In de uitspraak op bezwaar van 29 april 2019 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 februari 2020. Eiseres was aanwezig. De heffingsambtenaar was aanwezig in de persoon van mr. B. Brekveld.
Aan het eind van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Het uitgangspunt is dat parkeerbelasting een objectieve belasting is. Er wordt gekeken naar de feitelijke situatie, dat wil zeggen of de auto op een plek stond waar betaald moest worden, en of er parkeerbelasting was betaald, of niet. En als niet betaald is, of er dan een parkeervergunning is.
3. Er is geen discussie over het feit dat de auto met [kenteken] op 11 maart 2019 geparkeerd stond op een plaats en tijdstip waarvoor parkeerbelasting verschuldigd is. Ook is niet in geschil dat eiseres de verschuldigde parkeerbelasting niet heeft voldaan door middel van het in werking stellen van de parkeerapparatuur en dat er op dat moment geen geldige parkeervergunning was.
4. Dat betekent dat de naheffingsaanslag in principe terecht is opgelegd. Dat het een objectieve belasting is, betekent dat er geen rekening kan worden gehouden met verdere omstandigheden van eiseres. De rechtbank begrijpt dat eiseres meteen na thuiskomst via de computer de bewonersvergunning heeft geprobeerd op het kenteken van de leenauto te zetten. Dat is niet gelukt. De rechtbank stelt vast dat de bezoekersvergunning vanaf 17:24 uur op kenteken van de leenauto is gezet. De auto stond om ongeveer half 5 al op de parkeerplek. Op het moment van constatering door de scanauto om 17:00 uur was de bezoekersvergunning dus nog niet geldig. Eiseres had in dit geval parkeergeld moeten betalen. Het tijdsverloop tussen het parkeren en de omzetting van de bezoekersvergunning op het kenteken van de leenauto is te lang. In het algemeen wordt slechts een korte tijd gegund om parkeergeld te betalen. Met de omstandigheid dat eiseres eerder dan om 17:24 uur heeft geprobeerd het kenteken van de leenauto op één van haar vergunningen te zetten kan geen rekening worden gehouden. Uit de toepassing van de regels volgt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De rechtbank kan geen coulance toepassen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.T. Kruis, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C. Trommel, griffier, op 14 februari 2020.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.