ECLI:NL:RBAMS:2020:1078
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens te laat omzetten bezoekersvergunning
Op 14 maart 2019 legde de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan eiseres. Na een bezwaarprocedure verklaarde de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde beroep in tegen deze beslissing. Op 14 februari 2020 vond de mondelinge behandeling plaats waarbij eiseres en de vertegenwoordiger van de heffingsambtenaar aanwezig waren.
De rechtbank overwoog dat parkeerbelasting een objectieve belasting is, waarbij wordt gekeken naar de feitelijke situatie van het parkeren en het al dan niet betalen van de verschuldigde belasting of het bezitten van een geldige parkeervergunning. Vast stond dat de auto op 11 maart 2019 op een plek stond waar parkeerbelasting verschuldigd was en dat eiseres geen parkeergeld had betaald noch een geldige vergunning had op dat moment.
Hoewel eiseres direct na thuiskomst probeerde de bezoekersvergunning op het kenteken van de leenauto te zetten, was deze pas vanaf 17:24 uur geldig, terwijl de auto al rond 16:30 uur geparkeerd stond. De constatering door de scanauto vond om 17:00 uur plaats, toen de vergunning nog niet geldig was. De rechtbank oordeelde dat het tijdsverloop te lang was en dat er geen coulance kon worden toegepast. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard vanwege het te late omzetten van de bezoekersvergunning.