Uitspraak
1.Procedure
2.Beoordeling
3.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Betrokkene kwam in beroep tegen een crisismaatregel die op 6 januari 2020 door de burgemeester was genomen op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift pas op 3 februari 2020 bij de griffie was ingekomen, wat buiten de wettelijke termijn van drie weken viel zoals voorgeschreven in artikel 7:6 lid 1 Wvggz Pro. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De beschikking werd op 20 februari 2020 door rechter D. van den Brink in het openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.