ECLI:NL:RBAMS:2020:1211
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Taakstraf voor het vervoeren van ruim 24 kilo ketamine zonder registratie
Op 11 februari 2019 werd verdachte aangehouden in Amsterdam nadat hij met zijn auto was staande gehouden en in de kofferbak ruim 24 kilo ketamine werd aangetroffen. Verdachte verklaarde dat hij dacht cafeïne te vervoeren en hiervoor 500 euro zou krijgen. De ketamine werd indicatief getest en positief bevonden.
De officier van justitie achtte het niet aannemelijk dat verdachte onwetend was en vorderde een taakstraf. De verdediging voerde aan dat ketamine in poedervorm geen werkzame stof is zoals bedoeld in de Geneesmiddelenwet en dat verdachte geen opzet had. De rechtbank verwierp deze verweren en stelde vast dat ketamine wel degelijk een werkzame stof is en dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat hij een illegale stof vervoerde.
De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen wegens gebrek aan bewijs voor samenwerking met anderen. De straf werd bepaald op 120 uur taakstraf, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, passend geacht gezien de ernst van het feit en het verleden van verdachte.
De rechtbank baseerde zich op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht, artikel 38 van Pro de Geneesmiddelenwet en artikel 1 van Pro de Wet op de Economische Delicten. Het vonnis werd uitgesproken op 26 februari 2020 door de meervoudige economische strafkamer van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 120 uur taakstraf, waarvan 60 uur voorwaardelijk, voor het zonder registratie in voorraad hebben van ruim 24 kilo ketamine.