Uitspraak
1.Procesverloop
- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 8 februari 2020;
- de medische verklaring d.d. 8 februari 2020.
2.Beoordeling
3.3. Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De officier van justitie heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. De crisismaatregel was op 8 februari 2020 opgelegd.
Tijdens de mondelinge behandeling op 11 februari 2020, gehouden in een kliniek, gaf betrokkene aan graag naar huis te willen en was bereid het verblijf op vrijwillige basis voort te zetten. De psychiater verklaarde dat de ernstige nadelen die aan de crisismaatregel ten grondslag lagen niet langer van toepassing zijn en dat voortzetting van de maatregel niet nodig is. De psychiater en de raadsvrouw concludeerden tot afwijzing van het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en dat er een alternatief is in de vorm van ambulante behandeling op vrijwillige basis, waarvoor betrokkene bereidheid heeft getoond. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af.
Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen wegens ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en bereidheid tot vrijwillige ambulante behandeling.