Verzoekers, een gezin met rechtmatig verblijf in Nederland, verbleven in noodopvang nadat zij hun onderhuurwoning moesten verlaten. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot de noodopvang te beëindigen omdat verzoekers geen gebruik wilden maken van een terugkeerregeling naar hun land van herkomst.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestreden besluit niet kan gelden voor de man die al tien jaar in Nederland woont en dat het gezin recht heeft op voortzetting van de opvang totdat het bezwaar is behandeld. Het belang van verzoekers om onderdak te behouden weegt zwaarder dan het belang van verweerder om de opvang te beëindigen.
De rechter schorst het besluit en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.