Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond.
Rechtbank Amsterdam
Klager diende een klaagschrift in ex artikel 164 lid 8 Wegenverkeerswet Pro 1994 met het verzoek tot teruggave van zijn rijbewijs, dat was ingevorderd na een snelheidsovertreding op 4 januari 2020. Klager betoogde dat hij het rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk in het schoonmaakbedrijf van zijn vader, waar hij leiding geeft.
De officier van justitie verzette zich niet tegen de teruggave en gaf aan dat het rijbewijs onterecht niet bij het Centraal Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) was aangekomen, waarna het aan klager is geretourneerd maar nog niet in zijn bezit was. De rechtbank constateerde dat de procedures na de invordering niet goed waren gevolgd.
Hoewel klager eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld en de strafzaak gepland staat op 30 maart 2020, achtte de rechtbank het klaagschrift gegrond vanwege de procedurele tekortkomingen en gelastte de teruggave van het rijbewijs aan klager.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en het rijbewijs wordt aan klager teruggegeven vanwege procedurele fouten.