ECLI:NL:RBAMS:2020:1500

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 februari 2020
Publicatiedatum
5 maart 2020
Zaaknummer
RK 19/5337
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Teruggave Rolex horloge na gegrondverklaring klaagschrift wegens ontbreken strafvorderlijk belang

Op 10 juni 2019 werd een Rolex Oyster Perpetual Datejust II horloge in beslag genomen tijdens een fouillering van de bestuurder van een auto waarin ook vuurwapens werden aangetroffen. De eigenaar van het horloge, klager, diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv om teruggave van het horloge te verkrijgen.

Klager stelde eigenaar te zijn van het horloge en gaf aan het horloge legaal te hebben verkregen met geld uit gokwinsten, een schenking van zijn vader en een schadevergoeding. Het Openbaar Ministerie verzette zich niet tegen de teruggave, ondanks dat er een lopend witwasonderzoek tegen klager is.

De rechtbank oordeelde dat het onwaarschijnlijk is dat het horloge later verbeurd zal worden verklaard en dat klager als rechthebbende moet worden beschouwd. Het strafvorderlijk belang ontbreekt daarom en het beslag wordt opgeheven. De teruggave van het horloge aan klager wordt gelast.

Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.

Uitkomst: Het beslag op het Rolex horloge wordt opgeheven en het horloge wordt aan klager teruggegeven.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/269446-19
RK: 19/5337
Beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] ,
woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,
mr. H.G. Kersting,
Asterweg 17 A-2, 1031 HL te Amsterdam,
klager, niet zijnde de beslagene.

1.Procesgang

Het klaagschrift is op 18 september 2019 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op 21 oktober 2019 schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 12 februari 2020 klager, zijn raadsman en de officier van justitie, mr. P. van Laere, in openbare raadkamer gehoord.
Beslagene [naam beslagene] is, hoewel geldig opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

2.Inhoud van het klaagschrift

Het klaagschrift strekt tot teruggave van het bij [naam beslagene] in beslag horloge merk Rolex Oyster Perpetual Datejust II, ter waarde van € 8.750,- (goednummer: 5762556).
Klager stelt dat hij eigenaar is van het horloge en heeft er geen afstand van gedaan. Evenmin heeft hij het voorwerp verkregen door enig strafbaar feit of onttrokken aan een rechthebbende. Klager had het horloge aan [naam beslagene] uitgeleend en wil het zelf gebruiken. Een kopie van de aankoopkwitantie d.d. 1 februari 2019 op naam van klager is bij het klaagschrift gevoegd. Op 12 november 2019 heeft klager een brief van het Openbaar Ministerie ontvangen met het verzoek een nadere onderbouwing te geven voor een legale herkomst van het in beslag genomen horloge. Klager heeft op 19 november 2019 aan dit verzoek voldaan. Klager stelt dat hij het horloge gekocht heeft met deels geld dat hij in het casino heeft gewonnen, een deel zou afkomstig zijn uit een schenking van zijn vader (middels erfenis en verkoop van de bedrijfsauto) en een deel is afkomstig uit een verkregen schadevergoeding. Klager heeft aangetoond dat het horloge een legale herkomst heeft. Het belang van de strafvordering verzet zich niet langer tegen de gevraagde teruggave van het horloge en opheffing van het beslag.

3.Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft verklaard zich niet te verzetten tegen teruggave van het in beslag genomen horloge aan klager en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het horloge is aangetroffen na een controle van een auto waarbij in een verborgen ruimte twee vuurwapens werden aangetroffen. [naam beslagene] was de bestuurder en onder hem is de Rolex aangetroffen. In openbare raadkamer heeft de raadsman van klager een onderbouwing gegeven voor een legale herkomst van het in beslag genomen horloge. Klager heeft aangetoond dat het horloge een legale herkomst heeft. Er loopt nog een witwasonderzoek tegen klager. Het belang van strafvordering verzet zich echter niet tegen teruggave.

4.De beoordeling

Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.
Op 10 juni 2019 is op de voet van artikel 94 Sv Pro voornoemd horloge in beslag genomen tijdens de fouillering van [naam beslagene] . Niet bestreden is dat klager de eigenaar is van dit horloge.
Klager wordt – kort gezegd – verdacht van witwassen.
De officier van justitie heeft verklaard zich niet te verzetten tegen teruggave van dit horloge aan klager.
Op grond van de zich thans in het dossier bevindende stukken en het verhandelde in raadkamer is de rechtbank van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het in beslag genomen voorwerp zal verbeurd verklaren. De raadsman van klager heeft immers stukken ingebracht, waaruit genoegzaam is gebleken dat klager voldoende inkomsten heeft gegenereerd uit een schadevergoeding en uit gokwinsten om het horloge te kunnen betalen. Ook heeft klager aangetoond dat hij een deel van het geld van zijn vader heeft geleend, maanden voordat het horloge in beslag is genomen. . Deze inkomsten zijn voldoende om de aankoop van het Rolex horloge te kunnen verklaren.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat bij het ontbreken van strafvorderlijk belang het beslag dient te worden opgeheven.
De rechtbank is voorts van oordeel dat klager en niet iemand anders redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Zij zal dan ook gelasten dat het voorwerp aan klager dient te worden teruggegeven.

5.De beslissing

De rechtbank verklaart het beklag
gegronden gelast de teruggave aan klager van:
 Rolex Oyster Perpetual Datejust II, ter waarde van € 8.750,- (goednummer: 5762556)
aan [klager] .
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.E. Leijten, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier
en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2020.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,
in te stellen bij de griffie van deze rechtbank,
binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beschikking.