Verzoeker, werkzaam als Uber-chauffeur, werd op 30 maart 2019 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van mishandeling, waarna hij op 31 maart 2019 werd heengezonden. Op 17 juli 2019 werd hij door de politierechter vrijgesproken. Verzoeker vroeg vergoeding voor schade door ondergane verzekering, omzetverlies en kosten van het verzoekschrift.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker twee dagen in verzekering was gesteld en kende een standaardvergoeding van € 105 per dag toe, totaal € 210. Voor de gederfde inkomsten werd uitgegaan van een omzetverlies van € 250 en € 300 op respectievelijk 30 en 31 maart 2019, waarvan ongeveer de helft netto inkomsten was. Na verrekening van de standaardvergoeding werd € 175 toegekend voor netto inkomensverlies.
Daarnaast werd een vergoeding van € 550 toegekend voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. Het verzoek tot hogere vergoeding werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.